Het Centrum voor Molinologie

Vrijwel vanaf de oprichting heeft Stichting Levende Molens kunnen beschikken over een eigen bezoekersruimte en documentatiecentrum. We hebben ons gewend tot de congregatie van de zusters Franciscanessen, die in de Vincentiusstraat – dichtbij het station – een klooster hadden (‘Mariadal’) waar op dat moment nog tientallen religieuzen verbleven. Hier kregen we een tweetal kelders toegewezen in de catacomben van het monumentale gebouw. Weliswaar was dit bezoekerscentrum moeilijk bereikbaar voor mindervaliden, maar we hadden een eigen plek en de jaarlijkse huur (inclusief water en stroom) mag gerust symbolisch worden genoemd.

In ons eerste onderkomen groeide de collectie gestaag en ook het aantal bezoekers nam in de loop der jaren toe. We mochten vele prominenten ontvangen, zoals I.J. de Kramer uit Leidschendam, P.W.E.A. van Bussel uit Eindhoven en J.L.J. Tersteeg (Ridderkerk).

Na verloop van tijd werd de ruimte uitgebreid met een professionele donkere kamer. De digitale fotografie moest toen nog worden uitgevonden. In deze doka hadden we de beschikking over twee enorme vergroters: een Durst voor het afdrukken van kleinbeeld- en rolfilmnegatieven t/m vlakfilms alsook een Mamiya (ons geschonken door fotograaf Omer Kyndt uit Westkerke) voor het verwerken van glasplaten. In deze doka hebben we ontelbare uren doorgebracht voor het omtoveren van negatieven tot fraaie 18×24 cm vergrotingen. Hierbij hebben we vaak mogen rekenen op de hulp van o.a. Frans Weemaes uit Terneuzen en Roger Van Raemdonck uit Niel.

Collectie

Het documentatiecentrum werd aldus de bewaarplaats voor een omvangrijke collectie:

  • een bibliotheek, bestaande uit honderden boeken en tijdschriften;
  • een fototheek van een paar duizend foto’s – de oudste vanaf ca. 1860 – alfabetisch op plaatsnaam en gerangschikt per provincie;
  • een diatheek, in die dagen intensief gebruikt voor het geven van lezingen;
  • een knipselarchief;
  • schaalmodellen van molens, waaronder een maalvaardig exemplaar (!) van wipmolen ‘Bonrepas’ te Vlist , minutieus geconstrueerd uit koper en zink door Jan Kamerman (Oldeberkoop)

Fototheek

Stichting Levende Molens bezit één van de grootste fotocollecties op het gebied van molens in Nederland en Vlaanderen. We beheren niet alleen een paar duizend foto’s, ook bezitten we naar schatting honderdduizend dia’s, negatieven en oude glasplaten in diverse formaten.

In het verleden hebben we verschillende belangwekkende negatievencollecties kunnen aankopen. We noemen onder meer:

  • Ca. 300 glasplaten, negatieven en foto’s van Alfred Ronse uit Gistel (periode: ca. 1900-1950);
  • Een aantal vlakfilms van A. Bicker Caarten;
  • Tientallen glasnegatieven van A. van Overbeeke (Terneuzen) en D. But (Kamperland) van ca. 1880-1910;
  • Collectie Mario Van Hoogstraten (Dordrecht): rolfilmnegatieven en -dia’s vanaf ca. 1959-1970;
  • Collectie Ernest Leeuwerck (Poperinge): honderden foto’s, negatieven en glasplaten, o.a. van de bekende fotograaf René Matton;
  • Collectie Gustaaf Van Damme (Gent) uit de jaren 1970;
  • Collectie André ver Elst (Zemst) gemaakt tussen 1970 en 1980;
  • Collectie Pierre Lemmens (Edegem): rolfilmnegatieven van ca. 1948 tot 1960;
  • Collectie Henk van Velzen (Breda): rolfilm- en kleinbeeldnegatieven;
  • Collectie Jan Kamerman (Oldeberkoop): rolfilmnegatieven van ca. 1960-1980;
  • et cetera, et cetera…

Een nieuwe ruimte

Het aantal religieuzen in ‘Mariadal’ nam flink af naarmate de tijd verstreek. Op zeker moment werd beslist om het klooster te gaan verkopen. Alle huurders, dus ook onze stichting, moesten binnen een jaar het pand verlaten. Het lukte helaas niet om een alternatieve ruimte te vinden voor een betaalbare prijs. Daarom waren we gedwongen om in 2011 een groot deel van onze collectie – meer dan 200 grote verhuisdozen – over te laten brengen naar het Provinciaal Molenmuseum ‘MOLA’ in Wachtebeke. Met name onze belangwekkende fototheek kan hier nog altijd worden geraadpleegd.

Het voormalige klooster werd vervolgens gekocht door de Provincie Noord-Brabant omdat het pand een Rijksmonument is. Men wilde niet dat het in verval zou raken, maar van meet af aan was duidelijk dat het provinciebestuur het gebouw zo snel mogelijk weer wilde afstoten. In de tussenliggende periode mochten Roosendaalse verenigingen en stichtingen van het klooster gebruik maken. Onze stichting mocht in 2014 weer terugkeren naar de vertrouwde plek in de Vincentiusstraat. Van de catacomben verhuisden we naar de bovenverdieping, waar we sindsdien mochten beschikken over de vroegere archiefruimte van de kloosterzusters – compleet met vitrines en ladekasten – plus nog een kleine kamer. We kregen zelfs de beschikking over een eigen lift. Overigens zat hier wel een beduidend hogere huurprijs aan vast… Toch konden we onze bezittingen niet terughalen uit Wachtebeke, omdat we geen enkele garantie hadden op een langdurig verblijf. De huur werd telkens maar met één jaar verlengd en kon dus ieder moment worden opgezegd.

Intussen is ‘Mariadal’ verkocht aan een projectontwikkelaar, die grootse plannen heeft ontwikkeld voor het gebouw en de waardevolle kloostertuin. We kregen te horen dat we uiterlijk op 29 juni 2019 ons bezoekerscentrum moesten opdoeken. Aanvankelijk leek het erop dat we zouden verhuizen naar het vroegere Da Vinci College aan de Bovendonk 111 te Roosendaal, dat door de gemeente beschikbaar werd gesteld als ‘Cultuurhuis’ voor plaatselijke verenigingen en stichtingen. Onze huurprijs zou dan worden opgetrokken naar € 2.700,– per jaar. Dat zou betekenen dat al onze financiële middelen voortaan in de post ‘huisvesting’ gestoken zouden moeten worden en daarom zijn we op zoek gegaan naar een alternatief.

Naar Geel

Eind mei werd ons een geschikte ruimte aangeboden van 80 m² op de zolder van het Bakkerijmuseum aan de Worfthoeven 5 in Geel (prov. Antwerpen), hemelsbreed zo’n 60 km van Roosendaal. Dit oppervlak zou zelfs kunnen worden uitgebreid naar ca. 160 m² en dat alles voor een symbolisch bedrag! Bovendien zouden we voor tenminste vijf jaar van dit onderkomen gebruik kunnen maken, met de mogelijkheid tot verlenging. Dat maakte dat we de knoop snel konden doorhakken, ondanks het nadeel dat de nieuwe locatie niet ‘om de hoek’ ligt. Tegenover het Bakkerijmuseum staat de Molen van ’t Veld, een maalvaardige standerdmolen die onze nieuwe huisvesting natuurlijk extra aantrekkelijk maakt.

In juni 2019 hebben we met een ploegje vrijwilligers onze bezittingen kunnen overbrengen naar Geel (zie foto). In 2021 hebben we ook onze collecties in Wachtebeke kunnen verhuizen naar deze nieuwe locatie. Vooralsnog is deze ruimte niet in gebruik als bezoekerscentrum. Het zal nog zeker twee jaar duren, alvorens we alle spullen hebben uitgepakt, gesorteerd, uitgestald et cetera. Na ruim dertig jaar begon op 1 juli 2019 een nieuwe episode van het ‘Centrum voor Molinologie’.

Van de catacomben . . .

Van 1987 tot 2011 was ons bezoekerscentrum gehuisvest in de kelders van het klooster ‘Mariadal’. Ina-Munnik-Huijps en John Verpaalen poseren hier bij het schaalmodel van wipmolen ‘Bonrepas’ uit Vlist, die tot in de kleinste details is nagebouwd door Jan Kamerman.
. . . naar de bovenverdieping
Sinds januari 2014 is het ‘centrum voor molinologie’ gehuisvest in de voormalige archiefruimte van het klooster, juist boven de ingang. Helaas weten we niet, hoe lang we nog over dit prachtige lokaal kunnen beschikken. Bezoekers zijn in elk geval nog altijd welkom, na voorafgaande afspraak.
Nu en dan ontvangen we ook groepen, zoals hier de molenvrienden van de vereniging ‘De Westbrabantse molens’. Op de foto:
Zittend v.l.n.r.: Peter Jansen en Gerard Sturkenboom;  Staand v.l.n.r.: John Verpaalen (*), Niek van Eekelen (*), Ton Meesters, Ina Munnik-Huijps (*), Jannie Jansen, Rian van Riel, Albert Bogers, Adriaan Vos, Jos Ligtvoet, Marijn Kaufman (*) en Piet Kruisenga.
De personen die met een sterretje zijn aangeduid, zijn bestuurslid van onze stichting.
Come Visit us This Weekend